"Tweede Open Paap"

Van 7 t/m 9 september 1990

Verslag door Tim van der Avoird

Vooraf

's Avonds op die vermoedelijk mooie donderdag 6 september zal ik me voor de vierde keer in het Bredase Mastbos melden voor een Sytze Backer-sessie. Het Mastbos, herinner ik me nu, dat ooit nog eens heeft gefungeerd als startplaats voor de Ronde van Frankrijk. Ik vermoed dat het ergens in de jaren '50 is geweest dat het peloton even de (eeuwige?) stilte van het bos net onder de rook van Breda brak. Ik zal me nu, zo'n kleine veertig jaar later, ook per stalen ros door dat bos begeven. Via wereldsteden als Gilze en Ulvenhout zal ik voor de tweede maal op de fiets Sytze c.s. gaan begroeten. Gelukkig dit keer weer in de 'Paap'. De door mij 'Surropet' gedoopte houten barak, waar we voor de laatste keer Papenmuts zaten, had wel wat, maar miste ook duidelijk veel. Geen haardvuur, geen kabouterhutjes, nee, het kon niet op tegen de lachende Papenmuts. Overigens, het trapveldje voor de deur van de Pet was een duidelijk pro, maar daar hebben we alle pro's wel mee gehad. Leve de Papenmuts!

De eerste ontmoeting met de Papenmuts staat me nog goed voor ogen. Nadat we aan de hand van de route van een van onze twee gastheren, René Jean Smaal, heel Breda gezien hadden, gingen we nog even op het bankje om de hoek bij de Paap zitten om toch maar zeker niet te vroeg te komen. De meegebrachte taart tussen ons in op de bank. Eigenlijk kon ik het moment dat we - eindelijk na de lange tocht met de trein en te voet - de Papenmuts konden ontmoeten niet afwachten. Lang kon ik dan ook niet op die bank blijven zitten en ik begon over het pad voor ons wat te ijsberen. Kon ik in de verte het 'rustieke optrekje' al zien liggen?

Mijn reisgenoten, de huisgenoten Antal en Frank, leken de eerste kennismaking aanmerkelijk rustiger (of zelfs onverschilliger) af te wachten. Het zal voor hen ook allemaal wat minder indrukwekkend zijn geweest. Voor mij was het uitstapje naar Breda een van de weinige gelegenheden om weer eens van het ouderlijk huis weg te zijn. Zo vaak gebeurde dat niet; onbewust verkeerde ik toch vaak thuis of in de stad waar ik geboren en getogen ben. Misschien dat ik een huismus ben, maar ikzelf denk van niet. Zo gauw ik ergens anders ben kan ik me daar moeiteloos aanpassen en is er ook geen cel in me die nog naar thuis verlangt. Maar hoe het ook zij, echt vaak was ik niet van huis en haard te vinden.

Na vijf minuten werd besloten Sytze Backer op te gaan zoeken. Het moest nog minder dan honderd meter zijn. Hoe dichter we kwamen, hoe onwaarschijnlijker het leek dat de Papenmuts bestond. Bomen, struiken en nog eens bomen was het enige dat te zien was. Tot het moment dat vrij plotseling aan onze linkerhand op een tiental meters van de weg een inderdaad rustiek huisje opdook. Echt beleefd zag het er niet uit: slechts de voordeur die op een kier stond gaf ons enige hoop. Een ontvangst met rode loper en fanfare zat er niet in. In de keuken, die we als eerste doorkruisten, bleek ook al niet veel te doen. Waar wel?

De deur aan de linkerkant leidde naar een donker hol, waaruit het gitaarspel van Eric Clapton zich voorzichtig een weg naar buiten probeerde te banen. Het hol werd slechts verlicht door enkele flak- kerende vlammen, die zich in de open haard een weg door de schoorsteen vochten. Twee gestalten dicht bij het vuur hadden pen en schrijfblok in de aanslag. Eerst na enkele ogenblikken merkten ze dat enkele vreemdelingen op de deurmat waren neergestreken.

De dag en nacht die volgden zijn van een dusdanige onwerkelijkheid, die door deze te beschrijven onrecht aangedaan zou worden. Dit door het simpele feit dat schrijven over een onwerkelijkheid deze zou promoveren (of beter: degraderen) tot een werkelijkheid.

De daad

De tweede Open Paap in de geschiedenis van Backer c.s. Laat ik het maar recht voor zijn raap zeggen: ik heb het niet zo op die Open Papen. Dit is misschien iets te direkt, want de vorige Open Paap was eigenlijk erg leuk, maar de Paap geraakt tijdens zo'n open gebeuren erg ver weg van zijn wortels, zijn roots. Waar is de tijd dat mannen nog mannen waren (en er geen vrouwen in de Paap kwamen), Papen nog Papen, dobbelstenen dagenlang voetballen waren, etc.? (dit alles vrij naar Hans Paijmans).

Voor de gezeligheid die een Open Paap oplevert moet veel ingeleverd worden. Sytze B. is zichzelf niet meer, of eigenlijk: is zichzelf juist teveel. Juist Sytze B. die zich verliest in bespiegelingen over de toestand in de wereld, de garrrrrlik en de stand van de maan is leuker dan de optelsom van Youp en Freek. Of Sytze B. die, gegeven zijn (twee)- koppigheid, een kwartier lang op een dramatische wijze met zichzelf in discussie is en met handen, armen en pollepel zijn gelijk probeert te halen of er juist vanaf probeert te komen. Of Sytze B. die zich ontpopt als miskend voetbaltalent: aan de ene kant de gehaaide spits met full 'schoffel'-facilities en aan de andere kant de bedachtzame spelverdeler met gepolijste technische hoogstandjes en draaikont.

Deze zesde Paap bleek vooral gezellig te zijn en zat waarschijnlijk toch weer iets dichter bij zijn roots dan de vorige Paap. De vorige Paap, de eerste Open Paap in de geschiedenis, bracht Sytze toch duidelijk uit zijn evenwicht. En ook ikzelf wist niet goed raad met mezelf. Uiteindelijk zal het aantal woorden dat aan het papier is toevertrouwd die keer de vijftig niet overtroffen hebben. Jammer, erg jammer. Zeker als je kijkt naar het gezamenlijke (meester)werkje 'Onder Honden' en mijn eigen gedichten die uit de derde sessie, augustus 1988, zijn voortgekomen. Meer dan foto's vormen zij de bewijslast van tot wat een prestaties de Papenmuts zijn tijdelijke bewoners drijven kan.

Ontdekking van deze sessie was het racespel. Reeds in vroeger tijden uitgevonden door de scholiertjes Smaal en Kras, nu in de Papenmuts opnieuw gespeeld door alle gasten. Voor de rest was het veel van het zelfde. Veel werd er gepraat, relatief weinig op papier gezet.

Achteraf

Na deze Paap wist ik het voor mezelf: dit is voor mij de laatste geweest. Citerend uit mijn dagboek (d.d. 10 september 1990):

"Ik weet niet of ik volgend weekend nog meega naar de Papenmuts. De Paap is door al die gasten die er hun opwachting maken van karakter veranderd. Het mysterie van bijvoorbeeld die ene keer in de Surropet is er niet meer. Nee, de SyBa-sessie verliezen op deze wijze veel van hun glans. Ik zal er toch nog eens goed over nadenken."

Steeds vaker vraag ik me af wat Sytze zelf vindt van de steeds groter wordende groep Paap-aanhangers. Zou hij nu zelf niet eens terug verlangen naar de tijd dat hij rustig in zijn tweetje de Papenmuts tot zijn beschikking had? De tijd dat er geschreven en bijna alleen maar geschreven werd. Misschien is het wel zo dat Sytze zich moreel verplicht voelt steeds opnieuw zijn gasten uit te nodigen. Ik zou het begrijpelijk vinden als hij een keer zou zeggen: 'Lui, oom Sytze gaat er een keertje weer eens zelf op uit!'.

Sytze lijkt mijn overpeinzingen aangevoeld te hebben en de zevende Paap zal voor het grootste gedeelte een gesloten karakter krijgen. De toppen van de wereld kunnen dan weer bereikbaar zijn.

Ga naar